Een reactie van Els: d.d. 11 februari 2011:

Met veel
plezier heb ik alles gelezen over de middenstand, etc. van de Burg. Hovybuurt
en zo ook mijn geheugen op gefrist. Ikzelf ben in 1944 geboren aan de Houtweg
49. Vaak heb ik brood, ook “regeringsbrood”voor mijn moeder gehaald
en die heerlijke, gesorteerde amandelkoekjes. Het brood werd in een vloeipapier
gewikkeld. Maar je vaders specialiteit was toch de banketbakkerij. Met Pasen
maakte hij schitterende, hele grote paaseieren, waarvan ik er 1 keer een
gekregen heb. Met verjaardagen werden de gebakjes bezorgd in een houten kist.
Jouw moeder kan ik me nog goed herinneren en inderdaad was er nog wel eens
wisseling van winkelmeisjes. Ook staat me bij dat je moeder wel eens hoog
zwanger achter de toonbank stond. De bakkerij was eigenlijk in het woongedeelte
aan de Burg. Hovylaan en vanuit de winkel kon je soms via een open deur naar binnenkijken.
Dit was ook wel eens het geval met een deur naar jullie bovenhuis.
Je wist niet welk fruit vervoerd werd, maar ik denk aan de heerlijke blauwe
druiven (Frankenthalers) en perziken. Dat fruit werd natuurlijk in kassen
geteeld. En bij ons werden de steenkolen bezorgd door de kolenhandel van de
Coöperatie bij de Delftselaan in Den Haag. Een Loosduinse kolenhandel zou ik zo
ook niet weten. Wel dat die “zwarte”mannen dan bij ons door de gang
en de keuken naar de tuin moesten lopen naar het kolenhok.
Een paar jaar geleden ben ik nog eens aan de Houtweg geweest en ook ergens
binnen geweest. Eén naambordje herkende ik nog van de vroegere timmerman (van
Gelder?) Sinds 1970 was ik er niet meer geweest, dus er was wel iets veranderd,
maar het vertrouwde rijtje huizen stond er nog. Ik woon al bijna 40 jaar in de
Betuwe (Tricht) met veel plezier. Toch weer het landelijke opgezocht!

Later schrijft Els:

Heel leuk, die foto van mijn straatje. Ongeveer iets voorbij het
midden woonde ik. Mijn ouders waren er voor de oorlog komen wonen vanuit het
Bezuidenhout, omdat mijn moeder zich daar zo ingebouwd voelde. Zij is altijd
heel tevreden geweest over haar keuze. Mijn vader wilde eerst niet, want hij
was een echte Hagenaar, maar toen hij het huis had gezien en bekeken had als
timmerman, wilde hij ook wel. Wij woonden naast de fam. Vos. Aad Vos kwam vaak
bij ons aan. Ik heb daar als kind altijd heerlijk kunnen buiten spelen. Aan het
eind waren er toen nog geen flats, maar landjes en de boerderij van Van
Houwelingen stond er nog.

Als aanvulling op jouw
opsomming van “neringdoenden” kan ik nog vertellen, dat in de 50er jaren boven
het café de fam. Mulder woonde. Hij was eigenlijk technisch tekenaar, maar zag
meer in de handel van tropische vissen. In de kamer die uitkeek op de veiling
had hij wanden vol met aquaria en was het op temperatuur. Op het balkon stond
een oude badkuip met waterluizen als voeding voor de vissen. Regelmatig werden
de visjes verpakt in stevige plastic zakken, die weer in een doos gingen.
Vervolgens bracht hij de zending naar Schiphol met als bestemming Engeland. De
zaken gingen zo goed, dat ze later iets hebben laten bouwen richting Wateringen
(?) met huis en al. Zij hadden dus ook al telefoon en een auto (fiatbestel).
Daarna kwam het huis bij het café, waar nieuwe eigenaars kwamen. De dochter
(Lia) van de fam. Mulder ging later net als ik naar de l.s. in Kijkduin.