Hieronder het derde deel van de verhalen van Wil Hoppenbrouwer:

Hoek
Quarlesstraat/vd Gaagstraat had in mijn herinnering een winkelruit, terwijl er
geen winkel in huisde. Ik
weet nog, dat in jullie huis een andere bakker zat. De naam is mij onbekend. Dat
het pand leeg stond, komt naar alle waarschijnlijkheid, omdat de buurt half
leeg liep.

In
februari waren de bombardementen geweest, waardoor, behalve Dirkzwager en de vd
Gaag-straat aan beide zijden, ook nog de Burg. Hooftstraat is weggebombardeerd.
(zie bijlage). De
halve Hovybuurt is weggevlucht naar familie of vrienden, omdat daar in die
periode ook veel V-1’s
werden opgelaten in Ockenburgh. Er vielen er nogal veel uit de lucht, die dan
weer dood en verderf zaaiden in de omgeving.

Nu
even de woonadressen van mijn ouders. Ze
trouwden in 1922 en zijn in de Columbusstraat nr 18 gaan wonen. (Nu
Kruidentuinen). Een
jaar of 3, 4 later zijn ze in de Burg. Jansenstraat gaan wonen (de andere poot
van het François plein). Ik had
al twee oudere zusjes, toen ik daar in de Jansenstraat in 1931 werd geboren. Vermoedelijk
werd het huis te klein en zijn we rond 1932/33 naar het bovenhuis, Houtweg 27
verhuisd. Daar
is in 1937 mijn broertje geboren. In
1939 zijn we naar het benedenhuis nr. 25 verhuisd, zodat mijn broertje niet
meer van de trap kon vallen.

Leuk,
dat je je mijn vader nog herinnert. (mijn moeder was een Dispa). Hij is
in zijn tienerjaren tuindersknecht geweest, maar daar hield hij niet van. Toen
heeft hij nog 2 jaar op Vredenstein gewerkt, en op zijn 28ste (hij
was van 1895) is hij bij Berkendael gaan werken.

Van
1923 tot 1943 heeft hij de Hovybuurt bediend. Toen raakte de melk, die op de
bon was, op, en kregen alleen nog jonge moeders, of ondervoede kinderen melk-
en eier-bonnetjes. Mijn
vader kreeg er aanvankelijk nog een wijk bij. De Haagweg, bestaande uit
Witlust, Maairust en de brug over, naar de toenmalige Gevers Deynootstraat (nu
Buitentuinen). Op den
duur was er helemaal geen melk meer en is hij tot aan de bevrijding nachtwaker
geweest op Berkendael, dat toen inmiddels al Sierkan heette. Na de
bevrijding in 1945 is hij weer gewoon “de melkboer van de Hovybuurt” geworden,
tot aan zijn pensioen in 1960. Met zelfs in z’n laatste werkzame jaren, een
melkkar met motortje.

Even
een extraatje: Er was op het fabrieksterrein een winkeltje, waar ze kaas
verkochten, gesneden of aan een stuk, boter, en glazen melk kon je daar kopen
en opdrinken. Een
melksalon dus. Na 1945 is dat allemaal veranderd en gemoderniseerd. Ik heb
vaak op het fabrieksterrein rondgelopen. In de fabriek zelf (het middenstuk)
waar, gekoeld, veel metalen kratten stonden met melk, vla, boter, yoghurt enz.
(hartstikke koud daar binnen).

Aan de
rechterzijde was een grote ruimte waar alle melkboeren ’s middags weer met hun
karren en lege melkbussen arriveerden. De bussen werden geleegd, en eerst met
cystic soda schoongemaakt; daarna stuk voor stuk allemaal met slangen waaruit
stoom kwam, gereinigd. Het was daar altijd een hels kabaal, door die spuitende
stoomslangen. En de mannen konden daar in die holle ruimte alleen maar naar
elkaar schreeuwen. Dubbel lawaai dus. Vooraan
rechts was de schaftruimte met houten tafels en banken ervoor.

In
1954 ben ik getrouwd en naar Arnhem verhuisd. Mijn
schoonouders woonden boven Toussain en heetten Van Dijk. (Burg Hovylaan 39).